Saturday, April 19, 2008

 
Posted by Picasa Meenthek in koedijk in Blaricum 1903

 
Posted by Picasa Veldwachter bewaakt het houten hekwerk

 
Posted by Picasa Gewapende politie agenten te Blaricum in 1903

Saturday, March 19, 2005

 

VREEDZAME ERFGOOIER DOODGESCHOTEN IN 1903

________________
H. Smit Cz door een soldaat gedood bij een vreedzame erfgooiersactie.

Gooi en Eemlander 02.05.1903

Ter nauwernood zijn enige dagen gepasseerd sedert de wanordelijkheden aan de Torenlaan, die aan de Torenlaan voorvielen, of een nieuwe gebeurtenis, misschien, ja zeker nog ernstiger, doet de feiten van Tweede Paasdag haast in de schaduw stellen. Er werd de laatste dagen veel gefluisterd geheimzinnig haast, zou men zeggen, doch men ka uit alles distilleren; de 20 militairen, hier nog steeds aanwezig, blijven niet om de kolonie te beschermen , maar om op te treden bij eventuele moeilijkheden die op de ochtend van den Eerste Mei mochten voorkomen, wanneer de Erfgooiers hun vee naar het zogenaamde “Harde” brengen. De lezers weten het: er was ongebrand vee, en vee niet gemerkt door, laten wij zeggen de wettige Meentmeesters. Afgesproken was, dat de Verenigde ontevreden Erfgooiers toch dit vee op de weide brengen. Zekerheid bij het optreden van moeilijkheden kreeg men , toen het Vijfde Bataljon der Infanterie van het Zevende Regiment uit Naarden aankwam met een aantal militairen (57 officieren en minderen)onder bevel van Tweede luitenant Lavoo om zo nodig assistentie te verlenen. Voor dat dezen evenwel Blaricum bereikt hadden, was aan de Meent reeds een treurig toneel afgespeeld. Een gedeelte van de in het dorp aanwezige soldaten waren te middernacht op verschillende punten op de grens van de weiden opgesteld, met het bevel om zo nodig met gebruik van vuurwapens allen te weren, die zich met geweld toegang tot de Meent willen verschaffen.
Al heel spoedig kwamen bij het hek aan de z.g. “Drift” (bij Wetrens) een zestal Laarders aan, waaronder de in de Erfgooierskwestie bekende Harmen Vos, J. Majoor en ook een zekere H. Smit Czn. Men had het vee bij zich en wilde dit door het hek voeren, dat evenwel gesloten was en voor vernieling werd behoed door de daar twee aanwezige militairen. Nu deed men zoals afgesproken was, men trok en groef aan de zoden van de Dijk (1)
Er wordt gewaarschuwd, twee maal in de lucht geschoten, doch het werk wordt niet gestaakt. Er klinkt zelfs “Schiet toch niet”, helaas, een schot valt, gaat rakelings langs J. Majoor en treft den armen H. Smit. , een brave oppassende 22-jarige jongeling in het onderlijf, even boven de heup. Kermend valt hij neer. De militairen verwijderen zich, maar keren zich circa twintig minuten later met een getal van acht naar de plaats des onheils terug. Inmiddels zijn de andere aanwezigen toegesneld en zien, hoe ernstig hun dorpsgenoot gekwetst is, die hoewel misschien voortvarend, toch mede gestreden heeft voor zijn goed recht, zijn Erfgooiersrecht, om de grond, zijn eigendom. Men begeeft zich naar de dichtstbijzijnde woning, die van de nachtwacht “A” , teneinde een kruiwagen te verschaffen, om daarop de getroffene naar diezelfde woning te vervoeren, waar men voor hem een zacht leger of tenminste een vriendelijk onderkomen, een troostend woord, zo niet van zijn moeder, dan toch van een vrouw, die zich de smart van deze kan voorstellen. Doch ...... men wordt niet binnengelaten. De in aller ijl ontboden Eerwaarde Heer Pastoor, voorzien van de genademiddelen der Kerk, koestert aanvankelijk nog hoop, hem nog onder zijn dak te kunnen sterken op zijn reis naar de Eeuwigheid. Vrezende evenwel, dat de ongelukkige onder de smartende pijnen zal bezwijken, heeft die toediening plaats in de open lucht. Troostvol en versterkt als vergeten zijn ondraaglijke pijn, wordt de bijna stervende naar de Pastorie vervoerd, waar hij op een inderhaast gereedgemaakt leger wordt nedergelegd, om omstreeks half vier onder de hevigste pijnen de geest te geven.
Wie schetst ons de verslagenheid der arme moeder, de diepe droefheid der overige familieleden en van zijn vele kennissen en vrienden ? Gisteren, Vrijdagmiddag, gingen de Meentmeesters, op last hunner autoriteiten, van hier en Laren, naar de Meent om zich ervan te overtuigen, dat er vee op liep, dat niet door de Meentmeesters, benoemd door de Gemeenteraad, gemerkt is.

(1) Rond de Meent lag een zogenaamde koedijk. Deze bestond uit opgestapelde plaggen met aan de meentzijde een smalle geul. In dit hooggelegen terrein had de koedijk de functie van scheiding tussen het weidegebied en het landbouw gebied. Een droge sloot hield het vee niet ‘binnen’ en het prikkeldraad hadden de Britten pas kort tevoren uitgevonden t.b.v. hun concentratiekampen in Zuid Afrika. De ‘opstand’ van de erfgooiers is zo goed als zeker beïnvloed door de sympathie en de euforie die in Nederland heerste met de Boeren in Zuid Afrika.

GEL9030503.
Overgenomen uit: KRONIEK VAN EEN ERFGOOIERSDORP BLARICUM 1872-1904
( blz. 218 en 219) - bijeengebracht door Henri Klein - Hist. Kring Blaricum 1990. - ISBN 90 800599 1 9
---------------------------------------------------------------------
F.J.J. de Gooijer

http://gooijer.netfirms.com
http://gooijer.nl.jouwpagina.nl
http://gooiland.vijftigplusser.nl

Labels:


This page is powered by Blogger. Isn't yours?